ALEXANDER GAVRYLYUK

Maandag 1 mei 2017

ALEXANDER GAVRYLYUK

Wederom uitgenodigd door mijn studievriend Wouter van der Meiden (we studeerden rond 1985 piano aan het Brabants Conservatorium) was ik gisteravond te gast bij het pianorecital van Alexander Gavrylyuk.

Alexander had ervoor gekozen om een heel divers programma te spelen en in de wandelgangen hoorde ik dat hij in Tilburg kwam spelen min of meer als try-out voor een groot optreden in Londen. Geweldig dat de Souvenir zo’n kans weet te verzilveren.

Zonder twijfel is hij een meesterpianist, met ongelofelijke nuances in zijn aanslag, een geweldige manuele techniek en een scherp gevoel voor timing en dramatiek maar hierin schuilt ook een gevaar voor overdrijving, en helaas heb ik dit af en toe zo ook ervaren, zowel in overdreven mimiek als daadwerkelijk in de uitvoering.

Gavrylyuk begon zijn recital met Busoni’s bewerking van de beroemde Toccata en fuga in d mineur van Bach voor orgel en voor mij was dit een zeer geslaagd begin van zijn recital: de vleugel werd onder zijn handen een mooi groot orgel en ook de structuur van de fuga bleef mooi overeind met heel mooie pianissimo’s in het contrapunt en geweldig onder controle. Jammer vond ik de grimassen op Alexanders gezicht en de overdreven theatrale armgebaren, maar dit went wel (denk aan Alfred Brendel).

Minder overtuigend vond ik de Haydn Sonate nr. 47 in b mineur. Verbluffend was aanvankelijk de gedetailleerdheid van ieder gespeeld motiefje met de echo precies één dynamisch trapje lager, maar de overdaad aan details maakte het geheel wat popperig en daardoor te weinig spontaan. Voor mij staat deze vertolking ver van wat op de instrumenten uit die tijd logisch zou klinken, maar toch wel bewondering voor de controle over de grote Steinway-vleugel.

Met de Fantasie in f mineur van Chopin kwam Alexander weer goed op dreef; enkele originele vondsten in de overgangen tussen de verschillende delen waar puristen wel vraagtekens bij kunnen stellen maakten er een heel interessante en ook overtuigende vertolking van, vol dramatiek en met een mooie verstilling in het middendeel.

Als laatste stuk voor de pauze speelde Alexander de Heroische 6e Polonaise van Chopin, op een manier waar ik niet weg van ben: een Polonaise overtuigt met ritmisch strak spel en de keuze om de octaven heel snel te spelen juist in het midden van het stuk, vindt ik jammer omdat juist hier de kracht van het stuk zit in het scherpe ritmisch motief dat nu aan kracht verloor door de hoge snelheid en minder heldere klankmassa. Voor mij voelt dit als vallen in een valkuil… temeer omdat Chopin geen enkele aanwijzing geeft voor een tempowisseling.
Ook de inleiding was niet logisch qua opbouw en de dramatiek werd geregeld verstoord door onverwachte vertragingen en niet doorgezette crescendo’s, anders dan door de componist aangegeven.
Deze kritiek geldt deels ook voor de 3e Sonate van Prokofie waarmee Alexander het recital hervatte naar de pauze. Prokofie is zeer gedetailleerd in de dynamische- en tempo- aanwijzingen in dit stuk. Op de plaatsen waar Alexander hiervan afwijkt is dit een verzwakking van de structuur; jammer want op enkele storende plekken na (ik ken het stuk zelf goed als pianist) was het wel een overtuigende vertolking.

De Études van Rachmaninov die hierna gespeeld werden gaven aan waar Alexanders grootste talenten liggen: de traditie van de Russische pianoschool zit in zijn genen, hoewel ook hier overdrijven af en toe op de loer lag, vooral qua bulderende dynamiek, soms gepaard met een ondoorzichtige klankmassa (nr. 5).
Voor mij als pianist en voor iedereen in de zaal was het laatste programmastuk Islamey van Balakirev natuurlijk een sportief en pianistiek hoogtepunt; muzikaal geraffineerd en uiterst trefzeker werd een van de meest veeleisende showstukken trefzeker en overtuigend gespeeld als uitsmijter van een interessant recital door een pianist met veel potentie, maar nog niet op het niveau van een Kim of Sokolov.

De Nocturne opus 27 no.2 in Des van Chopin, een verassende en sterke keuze als toegift na het geweld van Islamey sterkte mij in mijn mening dat Alexander iets meer plain naar de aanwijzingen van de componist zou moeten kijken, want gespeeld met veel sfeer (soms ook ten koste van de linkerhand), waren ook hier zoveel verschillen met de aanwijzingen van de componist dat ik denk dat Chopin een andere sfeer in gedachte had dan de pianist (con forza, meerder fortissimo’s en appassionato staan echt in de partituur als aanwijzingen).
Een spannend recital met voor mij wat vraagtekens en de verwachting dat we nog veel gaan horen van Alexander Gavrylyuk, een groot talent.

Nico Kuijper