CONCERTGEBOUW KAMERORKEST AMSTERDAM

donderdag 9 april 2015

FINE ARTS QUARTET, CHRISTINA ORTIZ, MATTHEW MIDGLEY EN HANS VAN LOENEN

Het leek een spannende en riskante keuze, een avondvullend programma van de Franse componist Camille Saint-Saëns (1835-1921)! Zeker met een programma dat niet direct van deze componist was te verwachten. Toch blijkt hij 22 werken voor kamermuziek te hebben geschreven, dus zelfs iets meer dan zijn orkestwerken. De introductie op het te spelen programma, zoals altijd vaardig geschreven door Thijs Bonger, gaf een goed beeld wat ons in grote lijnen te wachten stond. Een programma dat van de oude Camille Saint-Saëns naar de jonge zou gaan.

De leden van het Fine Arts Kwartet kwamen zeer ontspannen op in de prachtig uitgelichte concertzaal. Zij openden met het tweede strijkkwartet van Camille. Hij schreef dit 2 jaar voor zijn dood. In dit stuk was niets te merken van het vroege verlies van zijn twee jonge zonen die hij samen had met zijn twintig jaar jongere vrouw Marie Truffot, waarvan hij zes jaar na hun huwelijk al scheidde. Ook hoorde je er niet de kritiek van zijn collega-componisten in door, een kritiek die gevoed werd door zijn blijkbaar onaangename persoonlijkheid. Nee, de opening was fragiel en teder door het smalle tonenspectrum. Dit was geraffineerd omdat daardoor de cello, fraai bespeeld door Robert Cohen, een mooi diep contrast gaf. In het Molto Adagio bekroop mij de gedachte dat hier duidelijk de divergentie van lichaam en geest tot uiting kwam. Het langzame tempo volledig in contrast met de ingenieuze geestelijke harmonie. Een geest die echter vaardig bleek in het Interlude, waar de eerste viool pas na een lang intro van de anderen zich bij hen ging voegen. De pizzicato elementen die frivool door de finale heen klonken, afgewisseld met unisono klanken, eindigden in een humoristisch slot.

In de wandelgangen was over het algemeen een reactie te horen van saaiheid. Dit vond men niet van het Septet in Es opus 65, geschreven voor trompet, piano, strijkkwartet en contrabas. De gastspelers in dit septet bleken niet de eersten de besten! De Braziliaanse pianiste Christana Ortiz bleek uitzonderlijk begaafd. Haar spel was zeer genuanceerd. Hoe snel de loopjes ook waren, het bleef transparant. De contrabas, bespeeld door de Engelsman Matthew Midgeley, gaf een prachtige basis aan het geheel. De trompettist Hans van Loenen liet zien dat het blazen van lage tonen op de trompet, toch een moeilijk element voor dat instrument, voor hem geen enkel probleem vormde. Je hoorde de typische stijlelementen van Saint-Saëns uit zijn concerten terug. Het Menuet was licht en transparant, Het Intermède Andante was heerlijk wiegend en eindigde in een pizzicato. Vrolijkheid werd gecreëerd met tegengestelde ritmen, een feest! Zo werd het ook door het publiek ervaren.

Na de pauze wachtte ons de jeugdige Camille. Zoals een jonge adolescent betaamt, wilde hij laten horen wat hij kon op de piano. Hij was toen al zeer virtuoos. Hoe virtuoos liet Christina Ortiz ons horen. Moeiteloos speelde zij de uiterst moeilijke pianopartij, geheel in dienst van het kwartet, maar dominerend als het moest. De spelvreugde spatte ervan af. Het Quintet opende met majestueuze akkoorden overgaand in vlinderachtige gebroken akkoorden. Het Andante had een warm, bijna Brahmsachtig karakter. Vraag en antwoord tussen piano en de strijkers onderling was humorvol. Het Presto was zeer virtuoos en lichtvoetig. De syncopes waren talrijk. Het bijzondere vakmanschap van de musici kwam in dit deel duidelijk naar voren.

In een langdurig, warm applaus werd de waardering voor deze spannende en riskante concert keuze door het publiek staande beloond. Onder het genot van een heerlijk glaasje werd nog druk nagepraat over dit bijzondere concert.

Jan Daggers