Calefax

Dinsdag 1 november 2016

CALEFAX REED QUINTET & REMY VAN KESTEREN

Orpheus,

Door rietkwintet Calefax en harpist Remy van Kesteren

De oeroude mythe van Orpheus, die van de goden de muziek kreeg en daarmee alles won en weer verloor, heeft in de loop van de eeuwen heel veel kunstenaars geïnspireerd. Ook Calefax en Remy van Kesteren werden gegrepen door het thema. In een combinatie van tekst en muziek brachten zij het verhaal opnieuw tot leven. Zij putten daarvoor uit de muzikale traditie van de zestiende tot de eenentwintigste eeuw. Het optreden was een hoogtepunt,en niet alleen voor liefhebbers van harp of rietinstrumenten.

De voortgang van Orpheus’ verhaal werd vrij rechttoe, rechtaan verteld door de musici, in tamelijk summiere, droge teksten. Maar de composities waarmee de sfeer van de verschillende momenten werd uitgedrukt, waren verre van droog. Tere melodieën van Debussy en Ravel, steviger barokklanken , schrijnende melancholie van John Dowland – het was allemaal heel precies gekozen. En het werd ook fabelachtig uitgevoerd.

Harpist Remy van Kesteren legde de lat erg hoog voor zichzelf. Om op een lier of een harp Orpheus te verpersoonlijken en zo de concurrentie aan te gaan met de mythische grootmeester op het instrument – daarvoor moet je lef hebben. De composities van Orpheus, waarmee hij de dieren liet wenen en de stenen ontroerde zijn niet bewaard gebleven. Of de muziek van Van Kesteren ooit hetzelfde effect zal hebben ligt nog in de schoot van de toekomst besloten, maar het begin was er. Iedereen in de zaal voelde de ontzetting bij de dood van Euridice, door de hartverscheurende harpklanken. Dát was het ritme van verdriet.

De componisten van wie het werk gebruikt werd, hebben nooit voor rietkwintet geschreven. Misschien konden zij zich zelfs niet voorstellen hoe het zou klinken. In de bewerkingen van Calefax klonk het in ieder geval fenomenaal. De muziek die Debussy bijvoorbeeld componeerde bij de gedichten over Bilitis is in de oorspronkelijke uitvoeringen erg teer en kwetsbaar. Om die sfeer over te brengen met compleet andere instrumenten, dat vereist een inleving en een virtuositeit die zeldzaam is. Het lukte wonderlijk goed. De subtiel meeslepende saxofoonsolo’s, de bijna buitenaardse klanken van de basklarinet in combinatie met de fagot, wat een beheersing.

De techniek in de concertzaal bleek meer geschikt voor muziek dan voor stemmen; sommige gesproken passages waren in de zaal nauwelijks te horen, op andere momenten leek het alsof de microfoon van de spreker te laat opengezet werd. Dat was jammer, daardoor was bijvoorbeeld de verbijsterende rap-battle waarin Hades, de heerser van de onderwereld, gedist werd door Orpheus, maar gedeeltelijk te volgen. De ritmische teksten, die rechtstreeks aan Dante ontleend leken, wonnen in ieder geval van het machtige contrabasinstrument dat de koning van de onderwereld personifieerde. Zeer eenentwintigste-eeuws, tegelijk zeer middeleeuws.

Orpheus’ leven eindigde gruwelijk, hij werd verscheurd door bloeddorstige nimfen uit gezelschap van Bacchus. Maar zijn hoofd kon het zingen niet laten. Of de musici hieruit hoop of inspiratie geput hebben is niet helemaal zeker, wel lieten ze het publiek met een toegift voor de laatste keer genieten van hun verbluffend samenspel. Een wereldpremière, Faith. Dat was een goede afsluiting van een schitterend concert, een schitterende avond.

Tekst: Frans van Riel

Tilburg Volkskrant recencie