Emerson String Quartet

Zondag 17 november 2013

EMERSON STRING QUARTET

In levende lijve een uitvoering van het Emerson String Quartet uit NewYork mogen bijwonen is een traktatie. Op het voor de kamermuziek opgestelde kleine podium musiceerden de drie violisten staande, de cellist zat op een kleine verhoging. Zo wordt er wellicht allerter geluisterd, zo komt het geluid in de moderne concertzaal van Jo Coenen rechtstreeks naar je toe, zo wordt de betrokkenheid van spelers en toehoorders optimaal.

Opus 20, nr. 1 van Joseph Haydn was een mooie start. Met dit opus 20 (de Zonnekwartetten) is het klassieke strijkkwartet geboren. Tussen barok en expressionistische muziek in, verrasten de vondsten niet alleen de tijdgenoten Mozart en Beethoven, maar ook ons nog. In de afgelopen tijd is er niet voor niets een herwaardering van Haydn, zo verfrissend, vindingrijk, melodieus. Het Emerson String Quartet koos deze van de 68 Haydn-kwartetten om ons in de drukte van alledag uit te nodigen tot opperste concentratie. Het derde deel, poco adagio, werd subliem vertolkt. Je kon volop genieten van de klank van de cello, van de altviool, van de lange melodielijnen. Dit derde, meditatieve deel zou je meteen bij je ‘favorieten’ willen plaatsen. De vier delen zijn overigens mooie, afgeronde korte verhalen, die pas tezamen door hun verschillen in kleur en tempo de grootste indruk maken.

Op het concertprogramma stond gelukkig een werk uit de twintigste eeuw. Het strijkkwartet van Benjamin Britten, opus 94 nr. 3 in 1975, vlak voor zijn dood geschreven, begon met Duetts. Twee van de drie violen waren beurtelings met elkaar in discussie, de anderen kwamen tussenbeide. Fijnzinnig, beschaafd dialogiseren. Muziek waarbij je onvermijdelijk een verhaal bedenkt. Het daaropvolgende deel, Ostinato, was een en al koppigheid, met passages die wilden zeggen “rustig maar’. Bij het derde deel, Solo calm, spitsten de oren zich; je kon door het geluid de stilte horen. Deze intense ervaring krijg je zeker, als je dit in levende lijve mag toehoren. Burlesque, deel 4, is a-metrisch, een levensdans, voordat in deel 4, Recitative and Passacaglia, la serenissima genoemd, de sfeer van Venetië in de rust van de late avond wordt opgeroepen: de berusting van de zieke Britten in zijn levensavond.

Kamermuziek wordt vanouds ‘intieme muziek’ genoemd: musici bij elkaar in een gesloten kring gezeten in een huiskamer, al of niet met toehoorders. Beethovens strijkkwartet opus 59, nr 1 was het eerste kwartet (het eerste van de zgn. Rasumowskykwartetten), waarin de musici in een halve cirkel gingen zitten, in de concertzaal spelend voor het publiek, een performance in een grotere ruimte. (Jan Caeyers, Beethoven, blz. 314). Dit opusnummer van Beethoven duurt ca. 40 minuten, langer dan verschillende van zijn symfonieën. De eerste violist van het Emerson String Quartet had zijn plaats ingeruild voor de tweede: dat doet je even denken aan de film ‘A late Quartet’ (2012). Allegro, deel 1, luister naar ons, ik ga je wat vertellen. Dit deel geeft het gevoel van opgetild worden in de ruimte, ‘an airborne feeling’ (aldus Robert Simpson): dit kent u wellicht, als u ooit tijdens een vliegreis op tien kilometer hoogte vioolmuziek hoorde op uw koptelefoon. Daarna het Allegretto scherzando: de conversatie wordt soms een hoog oplopend dispuut. Haydns ingehouden expressie wordt bij Beethoven een expositie van emotie. En het Adagio, deel 3, komt tegemoet aan het publiek op leeftijd, rustig maar dynamisch, een prachtige dominerende rol van de cello. Beethoven weet van geen ophouden in het meteen aansluitende ‘Thème russe’. De uitwerking van het thema lijkt op verschillende momenten op te houden, en plots gaat hij weer verder.

Dat laatste leidde tot een vergissing bij enigen uit het publiek: zij applaudisseerden voortijdig bij het toegift van het concert, de finale van opus 59, nr. 3, een toegift dat naar mijn mening niet nodig was, want het driegangendiner was al copieus genoeg. Midden-Brabanders, laat thuis uw flatscreen donker, en maak een kamermuziekuitvoering ‘live’ mee!

Paul Overmeer.