Ishay Shaer

Dinsdag 24 november 2015

ISHAY SHAER: STILLE WATEREN, STEEDS DIEPERE GRONDEN

Als je als relatieve nieuweling een eminentie als Grigory Sokolov moet succederen voor het publiek van de Souvenir des Montagnards-serie heb je heel wat waar te maken. Dat geldt eens te meer als je nota bene met hetzelfde werk je recital besluit te openen. Van een pianist die er naar verluidt op stond toch echt met deze eerste Partita van Bach aan te vangen zou men om die reden een enthousiasteling met een overmaat aan zelfvertrouwen kunnen verwachten. Hoe anders is de indruk wanneer de jongensachtige en slank gebouwde Ishay Shaer het podium van de Concertzaal betreedt. Hem valt niet het voordeel ten deel om met louter ego een grote ruimte te vullen en de zichtbaar gespannen Shaer weet dat hij dit om die reden met zijn klanken zal moeten bereiken. Onwillekeurig dringt de vergelijking met een piano-examen zich op als hij ruim de tijd neemt om zich te ontspannen voordat hij aan de eerste noten Bach begint.

Hoewel vlekkeloos is het Praeludium iets dik van toucher en pedaal en met beperkte dynamische schakeringen. De consistent portato gespeelde Allemande is prettig van tempo maar komt van klankkleur niet volledig gepolijst over, wellicht door de keuze in articulatie. In de herhalingen toont Shaer zijn voorkeur voor variatie in ornamenten, hetgeen ook geldt voor de Corrente en nog meer voor de mooi gespeelde Sarabande. In de uitgebreide versieringen in de langzame Sarabande kan Shaer voor het eerst zijn muzikale inborst enige ruimte geven. De twee Menuetten uit de Partita die daarna volgen komen het best uit de verf. De articulatie en het toucher van Shaer in deze delen draagt meer bij aan het ‘dansant’ karakter van de muziek dan in de andere delen. Ook het goed gedoseerde echo-effect in het tweede Menuet is overtuigend en natuurlijk. Hoewel de balans tussen harmonische opvulling en melodie in de Gigue goed is getroffen is in dit deel de spanning die er in de pianist moet omgaan merkbaarder.

De volkomen andere muziek van Ravel zorgt voor een abrupte omslag in het recital en wordt ingezet zonder dat Shaer tussentijds het podium verlaat om het publiek voor te bereiden op de reis van Duitsland naar Frankrijk. Het parelende waterwerk ‘Jeux d’eau’ wordt door pianisten bijna altijd aangegrepen om technische behendigheid te kunnen laten schitteren en op die wijze het publiek te imponeren. Hoe anders is de lezing van Shaer, die overal verrassend kalme tempi kiest en nergens echt flink uithaalt. Het geeft de klanken van Ravel de mogelijkheid eerder te kabbelen dan te kolken. Stille wateren dus, op het oog passend bij de persoon van Shaer.

Pas in het tweede deel van de sonate opus 101 van Beethoven toont Shaer dat hij ook beschikt over een machtig fortissimo. Na het eerste deel gespeeld te hebben met een zeer geslaagde, Schubert-achtige lyriek is het een opluchting dat Shaer ook over een pianistische ‘massa’ blijkt te beschikken die je op basis van zijn voorkomen niet zonder meer zou verwachten. Het doet uitkijken naar het verraderlijke en onstuimige vierde deel. Shaer verzuimt niet om ook in dit deel de juiste karakterverschillen te maken en blijkt ook de vele technische horden te kunnen nemen.

Een blik op het programma na de pauze doet vermoeden dat de vrij lange eerste helft gecompenseerd wordt met een compactere tweede helft. Zeker als de onbekende Sonatine van Noël Lee slechts een kleine vijf minuten in beslag blijkt te nemen. De gedachte dringt zich op dat het jammer is dat Shaer al bij het laatste onderdeel van het programma is aangekomen nu hij zijn schroom vanaf het stuk van Lee volledig overboord lijkt te hebben gezet, wellicht geholpen door de staande ovatie waarmee hij de pauze in werd gestuurd. De pianist voerde de Sonatine volledig zeker en contrastmatig goed gebalanceerd uit. De Symfonische Études zijn echter andere koek dan het werkje van Lee en vereisen op alle fronten totale beheersing van het materiaal. Het blijkt een zeer gelukkige keuze van Shaer om dit werk aan het eind van zijn programma op te nemen. Shaer weet mentaal en fysiek zijn totale vrijheid te behouden – zichtbaar aan de ontspannen arm - en polsbewegingen die hij op de langer aangehouden noten de ruimte geeft en aan zijn steeds expressiever wordende gezichtsuitdrukkingen – en geeft een werkelijk sublieme uitvoering van de Études. De stukken blijken zijn visitekaartje als ‘allround’ pianist. En te zien aan het feit dat hij ze al in 2008 op CD heeft gezet en is blijven opnemen in zijn programma’s zal hij dit zelf ook beseffen. Als kers op de taart blijkt dat Shaer ook de vijf door Schumann weggelaten (en later door Brahms weer toegevoegde) variaties in zijn uitvoering heeft opgenomen. Een prachtige keus, want de vijfde ‘postume’ variatie (Moderato) is het absolute expressieve hoogtepunt van de avond. Voor de pianisten in de zaal was er in de virtuozere variaties voldoende gelegenheid om te smullen van de fabuleuze en trefzekere techniek waarover niemand meer hoeft te twijfelen dat Shaer ook deze kwaliteiten bezit.

Of de gedachte nu is dat Bach de Alfa en de Omega van het muzikale universum is of dat Shaer de mogelijkheid wilde aangrijpen om het publiek te laten genieten van Bach zal in het midden blijven, maar feit is dat Shaer voor zijn enige toegift zich weer tot de Thomaskantor uit Duitsland wendde. De Bach-Hess bewerking van het overbekende koraal ‘Jesu bleibet meine Freude’ vormde een zoetgevooisde afsluiting van de avond en stuurde het Tilburgse concertpubliek met een beginnend kerstgevoel naar huis in de donkerte en kou die deze alweer aanstaande feestdagen zo kenmerken.

Wouter Smits