Juilliard String Quartet

Dinsdag 28 januari 2014

JUILLIARD STRING QUARTET

De directeur van een stemmig restaurant nodigt iedere keer een andere kok uit. Vooraf wordt er een fraaie menukaart met toelichting naar de vaste klanten gestuurd. De losse klanten komen op tijd om de menukaart ter plaatse rustig door te lezen. Zo krijgt u de mooie flyer van Souvenir des Montagnards. In de Concertzaal in Tilburg trad het vermaarde Juilliard kwartet op. Twee vroegromantische strijkkwartetten, van Beethoven en Schubert, en een verrassing, het derde strijkkwartet van Jesse Benjamin Jones, in opdracht van het Juilliard School geschreven (première in New York November 2013).

Samen musiceren vergt jarenlange training. Twee van de vier musici, Joseph Lin en Samuel Rhodes, zijn pas kort lid van het ensemble, resp.. 2011 en 2013. Moet bij iedere concertuitvoering door de musici steeds opnieuw de chemie tot stand komen? Die chemie van het Juilliard String Quartet was wonderlijk optimaal bij de volgende stukken van het concert. Bij Beethoven vond ik de klank wat dun (Ik lette daarbij vooral op de eerste violist), bij Jones en Schubert vol, zo rijk als goede wijn.. Het kan zijn dat het ligt aan de compositie van Beethoven, opus 18, nr. 2 (1799), waaraan hij lange tijd zelfkritisch werkte, een compositie die de concertgangers helpt bij hun oefening te luisteren naar het meest intieme kamermuziekgenre. De instrumenten zijn goed onderscheiden te horen, het samenspel is waarneembaar, de melodielijnen en de overgangen kun je ontdekken. En wie geniet niet van de galanterie van het Allegro (‘ Komplimentier-quartett’ ), het prachtige Andante Cantabile. En van het Scherzo: het humeur van Beethoven toont dan humor, het speelplezier springt over op de toekijkende luisteraars. Het vierde deel is een fraai voorbeeld van architectuur.

Het derde strijkkwartet (2013) van Jones bestaat uit vijf doorlopende bewegingen. Verklanking van onzegbaar verdriet: het overlijden en heengaan van zijn moeder: wovon man nicht sprechen kann. Welsprekend in zijn melancholie, nostalgie, boosheid en aanvaarding. Etherische, ijle muziek. Vanaf de linkergalerij zag ik, dat er toch een normaal notenschrift was, nog niet door een uitgever gedrukt. Muziek is er dankzij de stilte. We beseffen dat drieëndertig minuten lang. Muziek, goed te beluisteren met dichte ogen, beelden oproepend van ruimtes in het heelal, van zwermen vogels in de verte. De aanwezigen waren in staat tot intense concentratie, mede mogelijk omdat “we er samen bij zijn’’. Na het einde was er een bevrijdende ovatie. [ Enige muziek van Jones is op internet te beluisteren: google: Jesse Jones composer]

Het laatste strijkkwartet dat Schubert schreef (opus 161, posthuum, 1826) is bladzijdenlang door Norbert Loeser in zijn ‘Schubert’s klankwereld’ de hemel in geprezen. Er valt altijd te smullen van de melodierijkdom van deze componist. Je krijgt meteen, al bij het Allegro, melodieën aangereikt, in het Andante zijn er bijna smartelijke, soms macabere klanken, een boeiende mengeling van mineur en majeur. Schubert worstelde met zijn gezondheid, maar wilde toch niet treurig zijn. Je merkt dat in zijn Scherzo, leuk, ondeugend, met een klein meditatief middendeel (een Ländler), uiterst eenvoudig geschreven: ik zou dat zo in mijn muzikaal geheugenarchief willen opnemen. Het Allegro assai is bijna orkestraal, nogal snel uitgevoerd, dynamisch, uitbundig. En toch niet zwaar gespeeld: wat een professionaliteit, echt een ode aan Schubert, die violen en cello vaak zo vocaal laat horen.

Dit concertprogramma werd voor het eerst op 26 november 2013 in New York uitgevoerd, en al op 28 januari 2014 in de zesde stad van het (Neder)land, Tilburg!

Paul Overmeer