Quatuor Diotima

DONDERDAG 11 FEBRUARI 2016

MENAHEM PRESSLER & KELEMEN QUARTET

Haydns strijkkwartet op 76 No 4 in Bes is een kwartet uit de klassieke periode: het heeft vier delen, waarvan de hoekdelen snel zijn en worden verbonden door een adagio en een menuetto. Het Kelemen kwartet zette de toon met een fors tempo in het eerste deel (allegro con spirito), ondanks het lyrische zonsopgangsthema in de eerste viool. Na de herhaling wordt dat beginthema verwerkt in elk van de vier de stemmen. Die nemen beurtelings de leiding en zorgen voor onderhoudende muziek. Het gedragen adagio wordt gevolgd door eenlevendig menuetto, met de vele herhalingen en een Da capo. De Finale wordt afgesloten met een extra snelle eindzin. Het Kelemen kwartet liet zich niet al te veel gelegen liggen aan mooi samenvallende tonen, maar zorgde voor een levendige uitvoering met een vurige coda aan het eind van een van Haydns bekendste en mooiste strijkkwartetten.

Voor het derde strijkkwartet van Bartok moet je even goed voor gaan zitten, want er staat van alles te gebeuren. De muziek is zeer geconcentreerd, alle delen gaan zonder onderbreking in elkaar over en er is een rijke afwisseling van maatsoorten en toonaarden. Bartok reisde in de tijd dat hij dit kwartet schreef niet alleen in de buurlanden als Roemenië, Moldavië en Tsjechoslowakije, maar hij bezocht ook Amerika en Noord Afrika. De invloeden van die reizen zijn mogelijk in dit strijkkwartet aan te wijzen. De leden van het Kelemen kwartet wisselden voor dit muziekstuk deels van stoel en van instrument. Dat is misschien een mooie manier om elkaars muziek grondig te leren kennen, maar in dit geval had het vermoedelijk iets te maken met de dominante rol van cellist en altviolist; die zijn door Bartok nogal zwaar zijn aangezet. Het Kemelen kwartet heeft ons een verrassend scala van harmonieën en ritmes voorgeschoteld. Overal duiken kleine melodietjes op, als in barok muziek, en steeds weer nieuwe ritmes en accenten trekken de aandacht. Bartok demonstreert hier een groot vernieuwer van twintigste-eeuwse muziek te zijn, al is het niet makkelijk is om deze muziek in ordelijke proporties te consumeren. Het Kelemen kwartet heeft een overtuigend pleidooi gehouden voor de muziek van hun landgenoot, en het staande applaus van het publiek (ongewoon voorafgaand aan de pauze) was een terechte beloning voor de uitstekende uitvoering van deze weinig toegankelijke muziek.

Menachim Presslers verblijf in Nederland is niet onopvallend verlopen. Deze 92-jarige wervelwind heeft de media, de concertzalen en conservatoria weten te vinden, met interviews, masterclasses, veel anekdotes, en ook met veel mooie muziek. In de tachtiger jaren deed de toen 86-jarige Wilhelm Kempff op zijn concerttournee Utrecht en Amsterdam aan met de laatste drie sonates van Beethoven. Hij speelde een mooie, niet eerder gehoorde verstilde versie van de late Beethoven. Maar de -vriendelijk verwoorde- kritiek was dat het misschien tijd werd voor Kempff om aan een ander repertoire te gaan denken; immers een boogiewoogie (Arietta uit op 111) zou niet meer bij zijn leeftijd passen. Dat soort opmerkingen zijn Menachim Pressler bespaard gebleven. Integendeel, hij is geëerd en gelouterd als muzikant, als pedagoog, als coach, als kenner van de muziekpraktijk, als oprichter van een wereldberoemd pianotrio en als representant van een uitstervende traditie.

Er zijn opmerkelijke verschillen in de beschikbare uitvoeringen van Dvoraks prachtige 2e pianokwintet. Het Borodin Kwartet met Sjatoslav Richter aan de piano (1982) was lange tijd een standaard. Het Kelemen kwartet met Pressler begon met een sonore cello opening, gevolgd door het thema in een gematigd allegro, dat werd besloten met een stormachtige coda. De daarop volgende Dumka is een langzaam deel geïnspireerd door volksdansen uit Dvoraks Tjechische en Slowaakse omgeving. Het kwartet en de pianist voelden zich hier duidelijk op hun gemak en zorgden voor een rustige, en af en toe erg langzame interpretatie. Het scherzo, Furiant, is een levendige volksdans; het werd op een verfrissend op tempo uitgevoerd. Het slotdeel bleek weer meer klassiek en traditioneel in stijl en uitvoering.

We hoeven niet te beslissen over de vele manieren waarop Dvoraks rijke muziek moet wordt uitgevoerd. Het Kelemen kwartet en Pressler hebben een mooie versie gepresenteerd en ons daarmee een gedenkwaardige muziekavond geboden. Nog geen jaar geleden gaf in deze zaal Boris Giltburg met het Aviv String Quartet de meest perfecte, strakke, muzikale en prachtige uitvoering van het pianokwartet van Brahms (op 34 f kl) ooit gehoord: een wereld van verschil. Zo spannend kan klassieke muziek zijn.

Het publiek, een nagenoeg uitverkochte zaal, heeft de uitvoerenden terecht toegejuicht en bejubeld. Pressler nam het stormachtige applaus glunderend in ontvangst, rechts steunend op een stok en links ondersteund door een boomlange altviolist. Het enthousiasme voor de uitvoerenden was volkomen verdiend en dit pianokwintet blijft prachtige muziek in welke stijl dan ook, mits uitgevoerd door kunstenaars als Pressler en het Kelemen kwartet. Pressler toverde een prachtige ronde toon uit de piano, en als een ras kamermuziekspeler was hij zeer alert en communicatief met de leden van het strijkkwartet. Het gejuich van het publiek en de vele boven het hoofd gehouden mobiele telefoontjes deden denken aan andere artiesten en andere festivals. Dat is uitstekend, laat de klassieke muziek maar iets mee krijgen van de meer populaire muzikanten, al is dat vooralsnog even wennen voor sommigen onder ons. We werden voor het applaus beloond met een prachtig mysterieus deel (Intermezzo) uit een pianokwintet van Shostakovich.

Pieter Kop