Storioni Festival

Maandag 20 januari 2013

STORIONI FESTIVAL

De organisatoren van het Storioni Festival houden van verrassingen. Dat is hun goed recht en hoort ook bij zo’n festival met ‘friends from all over the world’. Maar je kunt ook overdrijven. Op de festivalsite stond - en staat - dat het concert zou openen met Mjaskovski’s tweede cellosonate. Vanavond blijkt dat de eerste te zijn, ruim dertig jaar daarvoor geschreven. Dus nieuwsgierig raadpleeg ik de toelichting in het programmablaadje. Daarin staat dat de muziek van vanavond met Schumann en Brahms ‘geen lichte materie’ is en dat we er daarom ook even ‘uitstappen’ met Miaskovski’s cellosonate. Qua toelichting blijft het daarbij. Door het woord ‘uitstappen’ denk ik dat het hier dus gaat om een luchtig tegenwicht. Dat blijkt niet het geval. De sonate opent veelbelovend, zwaar romantisch. Maar al gauw wordt het mij duidelijk dat hier sprake is van een slecht gelukte kruising tussen Rachmaninov en Brahms. Nogal machteloze muziek zonder memorabele melodieën. De uitvoering door de nors kijkende cellist Torleif Thedéen en pianist Bart van de Roer - diens naam wordt kennelijk zo bekend verondersteld dat hij niet in het programma vermeld staat - helpt ook niet mee. Van de Roer en Thedéen vechten om een plaatsje in de schijnwerpers en Van de Roer wint natuurlijk. Het resultaat is dat beiden qua volume vaak alles uit de kast halen en zo’n overdaad aan fortissimo werkt uiterst vermoeiend. Ook het volgende duo, pianiste Nino Gvetadze en altist Gareth Lubbe, kampt in Schumanns mild treurige Märchenbilder met balansproblemen. Lubbe bespeelt een pracht van een alt, warm van toon, maar wel een instrument met weinig boventonen en volume. Gvetadze houdt daar onvoldoende rekening mee. Zo verdrinken in het slotdeel de razendsnelle spiccato arpeggio’s in Gvetadzes fors neergezette akkoorden. Een wel erg vreemde eend op een kamermuziekfestival is percussionist Alexandre Esperet. Hij opereert onder de naam van de koffielikeur Kahlua en verschijnt zonder instrument op het podium. En hij playbackt bij een soundtrack met body- en stempercussie. Een korte show rond allerlei balspelen. Er wordt zelfs een eitje gebakken. Virtuoos getimed, dat wel. Maar meer voor in het circus, lijkt mij. In de pauze vraag ik een paar bezoekers om hun mening. Die varieert van ‘wel leuk’ tot een uiterst toepasselijk ‘geen bal aan’.

Na de pauze brengt pianiste Nino Gvetadze een paar liederen van Robert Schumann in pianobewerking van zijn vrouw Clara. Ze speelt deze gevoelige miniatuurtjes zeer doorleefd en teder. Erg mooi, zoals ze de zangpartij er bovenuit laat klinken. Het programma vermeldt helaas niet om welke liederen het gaat en zelfs niet dat het er drie zijn, waardoor het applaus aarzelend op gang komt. In Brahms’ schitterende en heftige derde pianokwartet zijn de balansproblemen gelukkig opgelost. In de belangrijke altpartij komt Lubbe hier veel beter tot zijn recht. Violist Wouter Vossen - ook niet vermeld in het programma - speelt een magistrale partij en fraseert wonderschoon. Een heel enkele keer laat pianist Van de Roer wel een steekje vallen. Maar daar staat zoveel passie tegenover dat je daar niet lang over nadenkt. In het vinnige scherzo mogen de strijkers lekker agressief tegen elkaar in sabelen en heel soms hoor je dat ze het over de timing niet altijd eens zijn. Het andante begint met een van Brahms’ allermooiste melodieën, tegelijk droevig en zoetgevooisd. Dus er valt wel degelijk veel te genieten. Maar alles bij elkaar vind ik dit concert toch niet helemaal het niveau halen dat we gewend zijn in onze kamermuziekserie. Dus jammer dat nou juist dit concert wordt uitgezonden.

Thijs Bonger