The Kings Singers

Zondag 15 januari 2017

THE KING’S SINGERS

Bij uitzondering is in de serie kamermuziek een uitvoering van op en top vocaliteit geprogrammeerd. Kamermuziek heeft op zich mijn voorkeur, omdat deze muziek niet alleen mijn gevoel raakt, maar ook omdat ik kan genieten van de opbouw en van de wisseling van de afzonderlijke delen van bijvoorbeeld een strijkwartet, van het auditief waarneembaar samenspel van verschillende instrumenten. Maar ik besef, dat het vocale ons aller oergevoel raakt. Er werden, neemt men aan, in de prehistorie eerder klanken tot uiting gebracht en gezongen, dan dat woorden en taal ontstonden. Zang kan ontroeren, zingen kan mensen bij elkaar brengen, het zingen van en luisteren naar een lied kan troosten. De tekst stuwt het zingen, het zingen hecht zich aan de tekst. Woorden op zich kunnen te kort schieten.

De King’s Singers, een ensemble van zes mannen, zongen in een volle concertzaal. Er zat zelfs publiek op het podium achter de zangers. Akoestisch ongetwijfeld een pluspunt. Dat deed denken aan de Kathedraal van Cambridge, waar gelovigen rondom zitten. De King’s Singers komen voort uit een groep koorzangers van King’s College in Cambridge (Engeland) in 1965. Op den duur gingen zij zich ook toeleggen op wereldlijke liederen, van de madrigalen uit de Renaissance tot Engelse folksongs en jazzy melodieën. De groep veranderde uiteraard in de loop der tijd van personele samenstelling. Hun unieke sound is te danken aan de mix van de stemmen van een bas, van een tenor, van twee baritons, en van twee countertenoren. De laatsten hebben een groot stembereik: dat komt overeen met dat van een alt, door gebruik te maken van de falset, de kopstem. Het geluid van de bas/bariton vormt de basis voor de andere stemmen: de basso continuo. Men spreekt van de “Pyramid of Sound”.

Close Harmony vereist, dat de zangers heel goed naar elkaar luisteren. Het interval lijkt soms van halve tonen naar kwarttonen te neigen. De verschillende tonen volgen elkaar dicht op. Daardoor ontstaat binnen het akkoord veel wrijving en dat geeft deze muziek een verbazende rijkdom aan klank en kleuren, soms met vibrato. Het is belangrijk dat naast de nodige zangtechniek en -theorie veel aandacht wordt besteed aan het zingen van lastige toonafstanden, aan het luisteren naar samenklanken en deze zuiver te zingen alsmede het goed neerzetten van een stuk met elkaar. U kunt de sound van de King’s Singers proeven, als u op youtube ‘Deep river’ laat klinken.

Voor de pauze werd uit het repertoire van ongeveer 2000 werken zeer verschillende klassieke composities ten gehore gebracht. Uit de collectie (1601) van de ‘Triomfen van Oriana’ werden zes madrigalen gezongen: zuivere polyfonie, vertolkt met een verfijnde dictie. “Les marins de Kermor’ *1884) van Camille Saint-Saëns, geschreven voor vier stemmen, geschreven op een gedicht van T.S. Félix, was als het ware vocale kamermuziek, zo instrumentaal gecomponeerd, zo onderscheidend van melodielijnen, en compositorisch zo overzichtelijk per deel afgerond.

In de ‘Trois chansons de Charles d’Orléans’ kon je de harmonische vindingrijkheid van Claude Debussy horen, een componist met zo’n herkenbaar, esthetisch idioom. Verrassend was het stuk ‘The Musicians of Bremen’ (1972), voor de King’s Singers gemaakt door de Australische componist Malcolm Williamson. In verhaalvorm werden dieren opgeroepen en hun geluiden geïmiteerd: geestig, speels, met lichaamstaal gebracht. Je waande je in een chaotische ‘animal farm’. De dieren willen een orkest organiseren, waarbij ze ritmisch en met klankwisselingen over elkaar heen duikelden. Een verrukkelijk stuk. De concertzaal was één grote glimlach.

Na de pauze had het ensemble gekozen voor een tamelijk kort ‘light’ program: populaire songs, folksongs en musical. Niet alle titels werden me duidelijk. We luisterden naar Hallelujah (uit de album ‘Swimming over London’ ,2011), The lass of Richmond Hill, Night and Day, That lonesome Road, Rhythm of Life (uit de musical Sweet Charity). De arrangementen waren zonneklaar specifiek voor deze groep gearrangeerd: iets te veel van hetzelfde. De King’s Singers staan lenig op het toneel; de non-verbale communicatie verzekert contact met de zaal. Ze promoten hun vakmanschap in heel de wereld, o.a. in summerschools. Het sextet trad ook in 2005 in Tilburg op: hopelijk komen ze, zeg, over niet te lange tijd terug. Met een goed glas wijn na afloop kunnen muziekliefhebbers in Tilburg de programmeur dan wederom complimenteren!

Paul Overmeer