Trio Shaham Erez Wallfisch

Dinsdag 21 oktober 2014

TRIO SHAHAM EREZ WALLFISCH

Ze hadden al eerder opgetreden in onze serie, ook als trio. Violist Hagai Shaham, cellist Raphael Wallfisch en pianist Arnon Erez.

Het pianotrio is een lastig medium qua balans, maar vanavond is het vanaf de eerste maten duidelijk dat er geen sprake is van strijd tussen strijkers en pianist over de suprematie. Zelfs al beperkt de rol van de cellist zich in Haydn vooral tot het dubbelen van de baslijn van de piano. Dat laatste was vroeger broodnodig met die mager klinkende fortepiano’s. Haydn heeft 28 pianotrio’s geschreven. Er zitten juwelen tussen. Maar waarom het trio voor dit maandagochtendexemplaar heeft gekozen is mij niet duidelijk. Wel halen ze er alles uit wat mogelijk is. Contact speelt een hoofdrol. Pianist en violist spelen al zo lang samen dat ze desnoods met hun ruggen naar elkaar communiceren. Cellist Wallfisch en Shaham kijken elkaar wel geregeld aan en maken zo de cirkel rond. De pianist blinkt uit in ritmische precisie en vormt daarmee een rotsvast ankerpunt.

In zijn langste trio, het ‘Aartshertog’, sleurt Beethoven je meteen het machtige bouwwerk van zijn compositie in. Heroïsch, geheimzinnig en broeierig wisselen elkaar af. Heerlijk zoals violist en cellist spatgelijk even licht inhouden aan het eind van een frase en je de volgende in tillen. Voelt als een niet te snel genomen verkeersdrempel. Het valt me op hoe ontspannen er muziek wordt gemaakt. Met name de cellist speelt enorm relaxed. Misschien ook door de onorthodoxe manier waarop hij zijn instrument vasthoudt. Verregaand horizontaal door middel van een extreem lange pin met een knik. Zou je voor het verwijderen daarvan een PIN-code nodig hebben? In het scherzo hoor je dat Beethovens kracht niet echt lag in het schrijven van fugatische passages. Bij hem schuren ze vaak. Violist en cellist benadrukken keer op keer het wat naïeve en speelse karakter van het hoofdthema van het scherzo. Je ziet dat ook aan hun vage glimlach. Het andante begint met een thema dat op zich niets bijzonders is. Maar bij Beethoven gaat het erom wat hij ermee doet. En hij verricht diepzinnige wonderen met eenvoudig melodisch materiaal. Soms loopt hij zelfs vooruit op Schumann. In de hupse finale speelt de pianist weer superpuntig. Met zijn elastieken vingers raakt hij alles op zijn kop. Snelle loopjes als versiering werken aanstekelijk en opwindend door zijn messcherpe ritmiek. Deze finale had wat mij betreft wel iets korter mogen duren. Niet elke variatie is even interessant.

Ook in Brahms na de pauze blijkt hoe goed dit trio is in tempokeuze. Er gebeurt niets extreems, waardoor er nooit iets afgeraffeld hoeft te worden en frases zorgvuldig gemodelleerd kunnen worden. En wat spelen ze toch dienend, zowel naar elkaar als naar de compositie. Nooit zijn er momenten dat een van drieën het uitschreeuwt: ‘Hoor mij eens!’. In het openingsdeel produceert de cellist zijn eerste valse noot. En daar blijft het bij, het hele concert lang. In de hoogte speelt hij zo mild, met een vrij langzaam vibrato, dat zijn geluid mij doet denken aan bijna gesmolten roomboter. Het scherzo zit vol parelend spel van de pianist. Het middendeel daarvan - het trio - heeft iets van een kinderliedje. Maar brede pianoakkoorden en tremolandi van de strijkers rekenen af met die lieflijke stemming. In de finale horen we dat Brahms lichtheid niet hoog op zijn prioriteitenlijstje had staan. Daarom was de toegift na het lange applaus ook zo goed gekozen: het vederlichte, springerige scherzo uit Mendelssohns 1e trio. De pianist begint alleen en iets te enthousiast qua tempo, want hij wordt resoluut teruggefloten door de strijkers. Zeldzaam mooi concert.

Thijs Bonger