programma

Woensdag 2 mei 2018

PIANO TRIO MARTINŮ

Het Trio Martinů is in 1993 opgericht en speelt sindsdien in dezelfde samenstelling met de pianist Petr Jiříkovský, de violist Pavel Šafařík en de cellist Jaroslav Matějka. Dat is heel bijzonder. Alle drie zijn ze prominente namen in de Tsjechische muziek: Petr heeft samen met de pianist Daniel Wiesmer de eerste opname gemaakt van Bedřich Smetanas Má Vlast (Mijn Vaderland) voor quatre mains, Pavel is de assistent-leider van zowel het Prague Chamber Orchestra als Prague Symphony Orchestra, waar ook Jaroslav sinds 1994 een zelfde positie bekleedt. Als pianotrio spelen ze voornamelijk muziek uit hun geboorteland, maar ook vaak Schubert of Beethoven, zoals op hun meest recente cd-opname van Beethovens Tripelconcerto. In 2015 maakten ze hun debuut in het Verenigd Koninkrijk dat enthousiast werd ontvangen door de critici:

‘Het trio liet zien dat ze volledig thuis waren in de compositie van hun landgenoot en hun inzetten waren volkomen samen, zonder dat ze elkaar aan hoefden te kijken. [...] Het trio voelde soms een soort spel aan, waarbij iedere speler de andere probeert te overtreffen [...]. Om geen overdosis van superlatieven te gebruiken volstaat het om te vermelden dat het hele gebeuren een genoegen was, waarbij verschillende luisteraars in het publiek tranen in de ogen kregen van het andante in het tweede deel (van het tweede Piano Trio van Schubert).’

De Nocturne voor Piano Trio van Schubert is wederom een stuk waar mogelijkerwijs tranen op de loer liggen. Na een elegant begin, dat ongeveer een halve minuut op dezelfde harmonie blijft hangen, volgt een levendiger gedeelte. Beide keren twee keer terug, waarvan de laatste keer de piano om de strijkers heen dartelt. Het derde Piano Trio van Dvořák is minder bekend dan zijn opvolger, het zogenaamde Dumky Trio; het lijkt in eerste instantie minder geïnspireerd door Tsjechische volksmuziek. In plaats daarvan lijkt de componist, die op dat moment meer bekendheid buiten zijn geboorteland probeerde te verwerven, het idioom van Brahms aan te nemen. Vooral tegen het einde van het laatste deel laat Dvořák deze façade echter vallen, en komt zijn voorliefde voor Tsjechisch aandoende melodieën duidelijk naar voren. Het derde pianotrio van de componist, aan wie dit ensemble zijn naam ontleent, is een werk uit de jaren 50 van de vorige eeuw, waarin hoge eisen worden gesteld aan de virtuositeit van de drie spelers. Vooral in het derde deel gaat het dak er helemaal af, hoewel ook Martinů een voorkeur houdt voor zingbare melodieën.

    Programma:

  • F. Schubert Nocturno D897
  • Bohuslav Martinů Piano Trio no. 3 in C major, H. 332
  • Antonin Dvořák Trio f minor